De Zaak Nu

De Zaak Nu Nieuws

Reactie advies Raad voor Cultuur

Door De Zaak Nu | 13 mei 2011

Geachte heer Zijlstra,

Geachte leden van de Raad voor Cultuur,

Zoals u weet is De Zaak Nu de landelijke belangenvereniging voor presentatie-instellingen. Deze vormen het ‘MKB’ van de sector beeldende kunst, waar presentatie en productie van hedendaagse kunst centraal staat. Het gaat om een pluriform veld tussen het museale, het commerciële en het onderwijsveld.

De Zaak Nu heeft het advies van de Raad met grote belangstelling gelezen. Ondanks het feit dat zij begrip heeft voor het feit dat de Raad voor een bijzonder moeilijke opdracht stond, is zij geschokt door het feit dat de sector beeldende kunst met een extreem ‘bezuinigingspercentage’ van 30 procent wordt geconfronteerd. Het waardeoordeel dat hieraan ten grondslag moet liggen, en het hiermee gesuggereerde ondergeschikte belang van beeldende kunst in vergelijking met andere disciplines vinden wij echter niet terug in de bijgevoegde sectoranalyse.

In haar advies en sectoranalyse geeft de Raad namelijk aan dat de beeldende kunst een sector in beweging is en met name de ‘dynamiek en internationale betekenis van de Nederlandse beeldende kunst voor een belangrijk deel te danken zijn aan de Nederlandse presentatie-instellingen. Het zijn wegbereiders in velerlei opzichten...zonder deze toekomstgerichte programma’s zou de beeldende kunst veranderen in stilstaande water.’ (sectoranalyse p. 48).

Elders schrijft de Raad: “de nieuwe infrastructuur (…) moet de ontwikkeling van kunst en ontwerp kunnen stimuleren” (samenvatting advies, p. 20). Zij geeft verder aan dat presentatie-instellingen cruciaal zijn voor de verdere ontwikkeling in de beeldende kunst aangezien zij garant staan voor vernieuwing en experiment en dat deze vorm van innovatie behoefte heeft aan financiële continuïteit.

We kunnen niet anders concluderen dan dat er een grove discrepantie is geslopen in dit advies: enerzijds wijst de Raad erop dat de vitaliteit van de sector beeldende kunst ligt bij makers en presentatie-instellingen, anderzijds wentelt zij de bezuinigingen grotendeels af op dit middenveld van de sector.

Ten opzichte van de BIS wordt geopteerd voor zowat een halvering van het aantal, van 11 naar 6. Dit verplicht dezen “op een flexibele manier financiële ondersteuning aan te vragen bij het nieuwe Mondriaanfonds”. De druk op het sterk verkleinde budget van dit fonds zal onevenredig hoog worden, aangezien behalve de vijf geschrapte instellingen, tientallen andere organisaties en wellicht ook musea (immers, hun tentoonstellingsbudget vermindert met 75%) er aanspraak op zullen gaan maken.

Los van het feit dat deze instellingen hun gewaardeerde internationale werking niet kunnen volhouden zonder een gewaarborgde financiële continuïteit, is dit een kaalslag voor de regio. Een zorgvuldig opgebouwd publiek zal verstoken blijven van hedendaagse kunst en innovatie. Jonge, vaak pas afgestudeerde kunstenaars vinden geen plek meer waar ze inhoudelijke en productionele begeleiding krijgen en nieuw werk kunnen ontwikkelen en presenteren. De doorstroming naar galeries, verzamelaars en musea stokt. De presentatie-instellingen zelf zullen aan programmering en aan professionaliteit moeten inboeten.

Hoezo, van belang voor de ontwikkeling en vernieuwing? Hoezo, verantwoordelijk voor de dynamiek en internationale betekenis van de Nederlandse beeldende kunst?

Presentatie-instellingen vormen de essentiële schakel tussen kunstvakonderwijs (dat vooralsnog buiten beschouwing blijft) en gevestigde instituties als musea en galeries. Het aantasten van die verantwoordelijke positie zal een negatief uitstralingseffect naar beide zijden in de keten hebben.

Presentatie-instellingen vormen de directe verbinding tussen hedendaagse kunstenaars en het publiek in de regio en Randstad. Ze vormen vaak de enige plekken waar kunst van nu (‘het erfgoed van morgen’) getoond wordt. Presentatie-instellingen zijn flexibel en, veel beter dan andere instituties, in staat en gemotiveerd om in te spelen op allerlei maatschappelijke ontwikkelingen, kwesties en problemen. Zij zijn mede verantwoordelijk voor maatschappelijke vernieuwing en daarmee een onmisbare schakel tussen kunstsector en samenleving. Ondanks hun zeer beperkte personele omvang en het vaak ontbreken van een volwaardige afdeling educatie, zien deze instellingen hun rol als bemiddelaar tussen kunstenaar en publiek als een essentiële functie.

We vragen de staatssecretaris om in zijn Hoofdlijnennotitie meer ruimte te bieden aan de instellingen in het middenveld, dan de Raad adviseert. Het zijn immers de motoren voor artistieke en creatieve talentontwikkeling, die er voor zorgen dat kunst die nieuw is – en nog niet terecht kan in de musea – een publiek bereikt en niet opgesloten blijft in ateliers of repetitiezalen.

We vragen de staatssecretaris tevens om in zijn Hoofdlijnennotitie een matchingsregeling te (her)overwegen. Dit vormt een belangrijke randvoorwaarde voor ‘meer ondernemerschap’ binnen de sector beeldende kunst. Het is een onontbeerlijk incentive voor het verder verhogen van de eigen inkomsten – niet alleen vanuit het perspectief van de ‘ontvangende’ instellingen, maar ook uit het perspectief van de schenkers, gevers en mecenassen. We vragen de staatssecretaris om aan het publiek van de bloeiende sector beeldende kunst te denken in de grote steden, maar zeker ook in de regio, en te zorgen voor een pluriforme en flexibele basisstructuur van publieksgerichte innovatiecentra, de presentatie-instellingen.

Moet beeldende kunst achter de gesloten deuren van ateliers blijven en niet langer zijn weg vinden naar een publiek? Moet de maatschappelijke potentie van beeldende kunst onaangesproken blijven? Moeten de toptalenten die wij opleiden in de kiem gesmoord worden? Dat kunt u toch niet willen; dat staat haaks op uw gedachtegoed.

 

Hoogachtend,

 

Arno van Roosmalen, voorzitter,

namens De Zaak Nu